Satan als cultureel archetype
Niet alle satanisten horen bij een organisatie of volgen een specifieke doctrine. Voor een aanzienlijke groep mensen is satanisme in de eerste plaats een culturele en esthetische identificatie: een aantrekking tot het archetype van Satan als rebel, buitenstaander en vrije geest, zonder noodzakelijk religieuze of filosofische claims te maken.
Literatuur
De literaire traditie van Satan als sympathiek personage begint bij John Miltons Paradise Lost (1667), waarin Satan wordt geportretteerd als een nobele, tragische rebel tegen een tirannieke god. Miltons beroemde regel — 'Better to reign in Hell than serve in Heaven' — is de directe inspiratiebron voor het romantisch individualisme in de satanische filosofie.
In de negentiende eeuw namen romantische dichters als Lord Byron, Percy Shelley en William Blake het satanische archetype over als symbool van artistieke vrijheid en verzet tegen conventie. Blake schreef: 'The reason Milton wrote in fetters when he wrote of Angels & God, and at liberty when of Devils & Hell, is because he was a true Poet and of the Devil's party without knowing it.'
Muziek
Satanische thematiek is diep verweven met diverse muziekgenres:
- Black metal — Bands als Mayhem, Burzum, Gorgoroth, Behemoth en Watain gebruiken satanische beeldtaal, van albumhoezen tot podiumshows. Voor sommige muzikanten is het puur esthetiek; voor anderen een oprechte spirituele overtuiging.
- Gothic en industrial — Bands als Bauhaus, Christian Death en Marilyn Manson putten uit satanische en occulte beeldtaal.
- Blues en rock — De mythe van Robert Johnson die zijn ziel verkocht aan de duivel op een kruispunt in Mississippi is een van de bekendste verhalen in de muziekgeschiedenis.
Beeldende kunst en mode
Satanische symboliek is prominent aanwezig in de hedendaagse beeldende kunst en mode. Van de schilderijen van Félicien Rops (negentiende-eeuwse Belgische kunstenaar die duivelse erotiek schilderde) tot hedendaagse ontwerpers die pentagrammen en Baphomet-afbeeldingen in hun collecties verwerken. De esthetiek van het duistere, het verbodene en het transgressieve heeft een blijvende aantrekkingskracht.